Colofon

  •  666
  •  Opgraving

De opgraving aan de Vermeulenstraat te Tongeren (fase 4)

Periode
2014-2018
Opdrachtgever
Cordeel NV
Projectverantwoordelijke
Natasja De Winter en Petra Driesen
Terreinverantwoordelijke
Patrick Reygel
Uitvoerend team
Patrick Reygel, Petra Driesen, Natasja De Winter, Joris Steegmans, Daan Celis, Silke Francis, Maxim Hoebreckx en Gabriella Kaszàs. Dit team werd bijgestaan door een ploeg van arbeiders, waarvan vijf van het OCMW Tongeren.
Medewerkers
Benjamino Emons, Katrien Van De Vijver, Bea De Cupere, Roland Dreesen
Begeleiding
Alain Vanderhoeven

Naar aanleiding van de bouw van het wooncomplex met ondergrondse parkeergarage aan de Vermeulenstraat te Tongeren voerde Aron bvba in 2014-2016 een opgraving uit op een terrein van circa 2800 m². Het onderzoeksgebied is vlak ten oosten van de vroegere sites Vermeulenstraat 1, 2 en 3 gelegen, waar onder meer de restanten van een luxueuze laat-Romeinse stadswoning werden opgegraven.Hieronder staat een korte samenvatting van het opgravingsrapport. Geïnteresseerden in het digitale opgravingsverslag kunnen een mail sturen naar natasja.dewinter@aron-online.be

Over de volledige werkput is een pakket wit zand aangetroffen van gemiddeld een halve meter dik waarin de Romeinse sporen waren uitgegraven. Dit zand is typisch voor de noordelijke sector van de stad. Onder dit zand, dat van Tertiaire oorsprong is, bevindt zich de ontkalkte Brabantse leem uit het Quartair. Geologisch gezien zou het zand enkel onder de jongere leem mogen voorkomen: het zand is dus verplaatst. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen of dit op natuurlijke manier gebeurde, door wind of water, of door menselijk ingrijpen. Ook om de exacte afkomst van het zand te achterhalen, is verder onderzoek vereist. Zo zullen alle lokale formaties rond Tongeren geanalyseerd moeten worden om vervolgens te kunnen bepalen of de zanden van de Romeinse site tot een van deze formaties behoren.

In het verplaatste Tertiaire zand werden occasioneel fragmenten bewerkte silex aangetroffen. De vondsten in het zand lijken zich wel in situ te bevinden, maar van echte concentraties lijkt hier geen sprake. Het gaat om een combinatie van neolithisch en mesolithisch materiaal. In het Quartaire leemdek werd bij de huidige opgraving plaatselijk de Rocourtbodem vastgesteld, op een diepte tussen 97,40 en 96,60 m TAW, meer dan zes meter onder het huidige loopniveau. Vondsten waren hier echter niet aanwezig.

De Romeinse sporen op de site dateren van een decennium vóór het begin van onze tijdrekening tot laat in de 4de eeuw.

De oudste Romeinse fase van de site bestaat uit kuilen, greppels en rijen van paaltjes die iets anders georiënteerd zijn dan de gebouwen in latere periodes, en op basis van de vondsten met een kortstondige militaire aanwezigheid in Tongeren in verband kunnen gebracht worden. Uit de Augusteïsch-Tiberische periode dateren verder nog tal van greppels, kuilen en paalkuilen, waaronder een groot aantal die onder de latere Romeinse straat liggen en die op die manier voor verstoring zijn behoed. Vlak na de militaire ontstaansperiode worden er in Tongeren vaak tweeschepige woonstalhuizen van het type ‘Alphen-Ekeren’ vastgesteld. In het huidige onderzoeksgebied werd slechts op één plaats een gebouw vastgesteld dat mogelijk behoorde tot het Alpen-Ekerentype. Natuurlijk zijn er vele recentere vergravingen op deze site en kan daardoor niet de mogelijkheid uitgesloten worden dat er hier niet meer van dergelijke gebouwen kunnen gestaan hebben.

Omstreeks het midden van de 1ste eeuw worden in de woningen naar inheems model in Tongeren vervangen door grotere, meer geromaniseerde houtlemen constructies zonder middenstaanders, bestaande uit meerdere vertrekken rond een binnenplaats waarvan de wanden gefundeerd waren op houten balken. Het onderzoeksgebied wordt nu ook in twee aparte insulae verdeeld, gescheiden door een straat. Omwille van de vele latere vergravingen is het vaak moeilijk om deze structuren nog te herkennen in de werkput van de Vermeulenstraat. Toch is er zeker sprake van activiteit in deze periode: de vullingen van enkele beerputten zijn zeker deze periode te plaatsen, net als de aanleg van de eerste verharde straat en de vulling van een groot aantal kuilen.

De vroeg-Romeinse periode eindigt in 69/70 n. Chr., wanneer de opstand van de Bataven onder leiding van Julius Civilis plaats vindt. Op verschillende plaatsen in Tongeren worden hier sporen van herkend onder de vorm van een brandlaag. Ook aan de Vermeulenstraat kunnen verschillende sporen met deze brand in verbrand gebracht worden. Zo bevatten enkele beerputten brandafval uit deze periode.

Uit de midden-Romeinse periode konden voor zowel de oostelijke als de westelijke insula slechts sporadisch nog restanten van houtbouw woningen worden herkend. Plaatselijk konden nog enkele restanten worden vastgesteld, zoals lemen vloeren met looplaagjes, of wandgreppels met enkele palen. Veel was echter vergraven door de latere steenbouw woningen en de structuren die daar bij hoorden.

In het noordoosten van het onderzoeksgebied werden de restanten van een stadswoning met stenen sokkelmuren en houtlemen bovenbouw vastgesteld in de vlakken 4 t.e.m. 6. Deze woning werd achteraf zeer grondig uitgebroken. Opgaande muren waren nergens meer bewaard. De bouw ervan is zeker na 80 te dateren. Doordat alles werd uitgebroken, valt ook niet meer te zeggen of er verbouwingsfases waren. In deze oostelijke insula werd later, in de 3de eeuw, een grote stadswoning gebouwd met tal van vertrekken van verschillende afmetingen geschikt rondom een grote open binnenkoer. De zuidelijke en westelijke buitenmuur van het gebouw bevonden zich in de werkput, de andere buitenmuren bevonden zich buiten het onderzoeksgebied. De westelijke buitenmuur werd in de laat-Romeinse periode zo goed als volledig uitgebroken bij de bouw van de laat-Romeinse stadsmuur. Het gebouw moet minstens 38 m lang zijn geweest, en minimaal 21 m breed. Van deze stadswoning zijn op de meeste plaatsen enkel nog de uitbraaksporen of een restant de silexfundering bewaard, slechts op een paar locaties waren nog de aanzetten van de stenen muursokkels bewaard, of de vloeren. De stadswoning brandde af in de tweede helft van de 3de eeuw, bij de Frankische invallen. Pakketten met brandafval en een verkoolde houten trap getuigen nog van deze brand. Daarna worden er geen woningen meer gebouwd in de oostelijke insula. Wanneer in de 4de eeuw een nieuwe stadsmuur rond de stad wordt gebouwd, waarbij de oppervlakte van de stad drastisch verkleind wordt ten opzichte van vroeger, loopt deze muur immers dwars door het onderzoeksgebied. De muur ligt in de oostelijke insula, vlak ten oosten van de Romeinse straat, die ook nu nog steeds in gebruik blijft. Parallel met de muur loopt een brede gracht. De oostelijke insula wordt vanaf dan ook niet meer bewoond.

In de insula ten westen van de Romeinse straat, die nog wel binnen de stadsmuur was gelegen, was er wel nog bewoning in de laat-Romeinse periode: een grote stadswoning neemt de volledige westelijke helft van de werkput in. Deze woning gaat echter terug op een oudere, midden-Romeinse domus, waarvan vermoedelijk ook een groot deel van de funderingen werd hergebruikt. De stadswoning is tot laat in de 4de eeuw in gebruik geweest. De vondst van een munt onder een hypocaustumvloer in het noordwesten van de woning geeft ons een terminus post quem van 383 n. Chr. voor één van de laatste bouwfases van de woning. Het gaat om dezelfde stadswoning als degene waarvan de restanten werden blootgelegd bij de opgravingen aan de Vermeulenstraat fase 3.

Uit de vroege of volle middeleeuwen zijn geen structuren aanwezig. Naar alle waarschijnlijkheid heeft het terrein heel lang braak gelegen, of werd het gebruikt als landbouwgrond. De enige met zekerheid middeleeuwse structuur die tijdens de opgraving werd aangetroffen waren de funderingen van een ‘tiendschuur’. Deze schuur diende als opslagplaats voor de oogst die door de bevolking moest afgestaan worden als belasting (‘de tienden’). Uit de archieven van het kapittel is geweten dat de schuur gebouwd werd rond 1240 en in 1498 verwoest werd door een brand.

 

De opgravingsploeg

links